Afstand houden

Plaats bepalen doen we met onze oren waarin het evenwichtsorgaan is gehuisvest. Van oudsher werkt lawaai als een waarschuwing dat we op moeten letten. Ik spits mijn oren om te achterhalen waar het vandaan komt en wat het precies is, zodat ik in actie kom of niet. Is het een bekend geluid dan weet ik wat ik moet doen of juist moet laten. Tegenwoordig heeft lawaai allang niet meer die oerfunctie. Alle mogelijke vormen van lawaai zijn bekend en dus denken we te weten wat we moeten doen: voornamelijk het zo laten. Dit jarenlange proces van afslijting door de gevolgen van de immense hoeveelheid lawaai veroorzaakt op den duur uitholling. Niet meer weten hoe het eens was heeft in dit geval tot desastreuze gevolgen geleid.

Als ik op de stoep loop hoor ik en voel ik aan wanneer iemand achter mij wil passeren en daar anticipeer ik dan op. Het hedendaagse voorbijlopen is echter verworden tot een systematisch pas afsnijden: rakelings dan wel botsend pal voor je voeten de eigen weg vervolgen. Zelfs uit de aankomende richting lopen ze me het liefst omver, zonder te blikken of te blozen, en als het kon nog liever dwars door me heen. Sta ik aan de kassa in de rij dan hou ik altijd gepaste afstand van mijn voorganger, maar degene achter me duwt het winkelwagentje gewoon tegen me aan, of zit me eng dicht op mijn huid, zeker als de boodschappen nog op de lopende band gelegd moeten worden. Soms kan ik me niet meer inhouden en reageer ik zeer verbolgen met: “sorry dat ik besta!”

“Vrijheid van ruimte" zou een mooi alternatief begrip zijn voor de te pas en te onpas gebruikte kreet “vrijheid van meningsuiting”, die meer een vrijbrief is geworden om onfatsoenlijk, respectloos, kwetsend en schreeuwend zijn of haar vermeend recht op te eisen. Er is geen enkel gevoel meer voor de persoonlijke levensruimte, niet van zichzelf en dus ook niet van de ander. Het immer aanwezige geluidsbehang versterkt de vervreemding van het gezonde verstand en de innerlijke beschaving meer en meer. Akoestisch terrorisme is geen overdreven predicaat, want deze algehele zintuigvervuiling heeft een diepgaande impact op het fysieke, emotionele, mentale en geestelijke welbevinden. Daarmee zou het geschaard moeten worden onder de noemer van ongewenste intimiteiten, intimidatie, aantasting van de persoonlijke integriteit en huisvredebreuk. Het is onmiskenbaar een machtig wapen, dat slachtoffers maakt met de dood tot gevolg! Lees de bergen statistieken en onderzoeken er maar op na en huiver.

Ik heb visioenen van een nieuwe benadering: als ik in de trein bijvoorbeeld een hard pratende beller tref ga ik er heel dicht tegenaan zitten en dan even hard en onzinnig mee praten. Dat vinden ze natuurlijk absoluut niet prettig maar ik leg dan luid en duidelijk uit dat dit voor mij nog veel onaangenamer voelt. Zo moedig ben ik vooralsnog alleen maar in mijn dromen, want ik ben maar alleen. Alhoewel…gezien het grote aantal mensen dat zich óók slachtoffer voelt van het asociale gedrag van steeds meer mensen, moet ik zo toch wat bijval kunnen genereren? Dat grote massale bange doodzwijgen levert helemaal geen verandering op. Ik heb ook nog een wens: dat er een bevlogen jurist (m/v) opstaat die zich sterk wil maken om bovenstaand betoog juridisch aan te pakken. Na het onvrijwillig meeroken moet het toch niet zo moeilijk meer zijn deze herrieterreur stil te krijgen.
En ik heb nog hoop…(wordt vervolgd)

printversie 1 vooruit index eerste 1 terug