Lawaai is Oorlog

Vanuit mijn huisje zag ik ze al in de verte regelmatig heen en weer rijden de afgelopen dagen, de militaire colonnes met vol geschut.

Aan de rand van Dokkum ligt het lieflijke gehucht Aalsum, waar wij meestal doorheen rijden omdat de weilanden zo divers bevolkt zijn met paarden en schapen en heel veel zwanen hebben daar een vaste plek. Een klein kerkje op een terp, met een kerkhofje erbij, een paar mooie boerderijen en wat huizen. Nog even en de koeien maken het geheel weer compleet. Er is maar één smalle weg er doorheen met een even smalle berm langs de sloot, die grenst aan de landerijen. Halverwege het langgerekte dorpje, op de parkeerplaats tegenover het smalle laantje dat naar het kerkje loopt, staan twee grote legergroene vrachtwagens. Als we de bocht om zijn zien we om de paar meter, links en rechts, militairen in vol ornaat en zwaar bepakt en bewapend in de berm liggen met hun geweren in de aanslag. Bij een ruime oprit naar een wat verder afgelegen huis, staan en lopen er nog een heleboel, druk doende met hun communicatieapparatuur.

Ik heb ze vaker gezien, in de smalle straatjes van Dokkum. De winkeliers die net allemaal hun winkeltjes openen hangen hun reclamevlaggen uit, zetten de stoepen weer vol met aanbiedingsborden en vegen hun kleine stoepjes schoon als de militairen vlak langs hun heen lopen. Ze maken leuke opmerkingen en vinden het duidelijk zeer amusant en interessant.
Omdat ik er niet omheen kan en het tamelijk misplaatste machtsvertoon verre van leuk vind, reageer ik met “ik kan niet zeggen dat ik me hierdoor nou veiliger voel…”

Nu dan weer in het buitengebied. Ik vind het in eerste instantie van een verwarrende idiotie allemaal en ben eigenlijk zó overdonderd door dat paradoxale beeld van het prachtige dorpje tussen de weilanden waar militairen ineens een scenario aan het spelen zijn en doen alsof het oorlog is, dat ik in een soort lachstuip schiet. Het is zo bizar, maar tegelijkertijd zo intimiderend. Wat een uitstraling van agressie roept een groep soldaten toch op, terwijl er in feite niets gebeurt, ze liggen en lopen maar wat, maken zelfs geen lawaai. Toch voelt het net als lawaai, omdat het ook agressie oplevert, onderdrukt, weerloos en murw maakt. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van beide word ik bang en verdrietig. Nu lach ik door een zenuwachtige reactie van buiten, maar mijn hart huilt. Ik huil van onmacht, omdat ik er niets van begrijp dat er mensen zijn die dit willen en ook kunnen doen.

Thuisgekomen denderen de F16’s weer over. Ik zet de TV aan.
Een presentator van een of ander luidruchtig reisprogramma vertoeft op een heel mooi stil eilandje. Ik blijf even kijken naar de prachtige beelden van een zeer uniek tropisch oerbos. Als hij aan het einde van zijn bezoek aan het strand zit, memoreert hij zijn verblijf in die overweldigende stilte van de natuur en komt tot de ontdekking dat hij er niet alleen heel erg rustig van is geworden, naar eigen zeggen blijkbaar tamelijk bijzonder, maar dat hij ook de vreemde behoefte voelt om te gaan tekenen of te schrijven, wat hij helemaal niet eens kan! Voor mij is er geen mooier bewijs voor de noodzaak van vredige natuurlijke stilte.

1 vooruit index eerste 1 terug