Kermis

“Kermis is een verbastering van kerk-mis oftewel een mis ter gelegenheid van de verjaardag van kerkwijding, gevolgd door een jaarmarkt; die jaarmarkt groeide uit tot een volksfeest met diverse vermakelijkheden”, zo staat er in mijn woordenboek.

In mei is het blijkbaar overal in Nederland kermis hoogtij. Ik moet regelmatig in de stad Groningen zijn en loop dan van het station via de Vismarkt de kortste route naar waar ik zijn moet. Daar zie ik in plaats van de gebruikelijke marktkraampjes een heleboel afzichtelijke gevaartes aan “vermakelijkheden” opgesteld. Het is er verder gelukkig verlaten en stil. Later verloopt de terugweg volgens dezelfde route en omdat ik dan fysiek behoorlijk moe ben wil ik zo snel mogelijk weer naar de trein voor de verdere terugreis. Nog een eind verwijderd van het marktplein weet ik het al: de kermis is nu in bedrijf.

Niet omdat het klinkt naar kermis: zoals het flitsende geknetter van de botsautootjes die in aanraking met de bovenspanning komen, of door de contactgeluiden die de bochtige houten rups maakt als ie rondjes rijdt van heel langzaam naar steeds sneller. Als er een bel geluid wordt mag je de kwast van een hoog aan een touw bewegende bal trekken en als dat lukt mag je gratis nog een rondje mee draaien. Als je dan ook nog de prachtige kleurrijke overkapping als van een enorme huifkar over je heen gespreid krijgt, gaat er een soort sirene loeien en kan je stiekem, heel vlug, je vriendje naast je zoenen zonder dat iemand je heeft gezien. Dat is blijkbaar een kermis van lang geleden.

De kermis van nu klinkt als alle andere evenementen. Idioot harde basdreunen onder een brei aan robotachtige herrie met daar bovenop nog het eigen lawaai van de diverse attracties, waarbij een veelheid aan kleuren en flikkerende lichtjes al je zintuigen bruut overmeesteren.
Ik weet niet wat ik zie en weet ook niet waar ik kijken moet van schrik en ontzetting. Ik zie wel een meisje op haar balkonnetje op de tweede verdieping zitten met een laptop op haar schoot, die vanaf een meter of vijftig uitkijkt op al die lelijkheid. Een bizar beeld in dat immense lawaai. Moeders met kindertjes in de kinderwagen staan gewoon bij de botsautootjes en de draaimolens te kijken. Van alle kanten komen mensen naar de kermis toegelopen.

Ik kan het allemaal niet aanhoren en moet zo snel lopend als maar mogelijk, met mijn vingers diep in mijn oorschelpen gedrukt, er juist vandaan zien te komen om niet helemaal knettergek te worden. Het staat zó hard dat ik er echt bang van ben. Het liefst wil ik gillend huilen om er een gelijksoortige expressie aan te kunnen geven. En ik zie niemand die het niet kan verdragen en net als ik getergd doorloopt als het zo treffend uitgebeelde mannetje van ons logo. De winkeliers die alle dagen daarin moeten werken. Al die mensen die aan en bij de markt en in de wijde omgeving wonen. Kinderen, vanaf heel klein al, die blootgesteld worden aan een bak decibels die ze voorgoed hartstikke doof kan maken. Hoe is het mogelijk? Ik snap er niets van. Dat zoiets midden in de stad wordt toegestaan.

Ook al is de oorspronkelijke betekenis van kermis lang geleden verloren gegaan en de geest al jaren uit de fles, met vermakelijkheden heeft dit echt niets meer te maken.

Het is de misdadige waanzin ten top!

1 vooruit index eerste 1 terug