“Gezellig”

Het schijnt een typisch Nederlands woord te zijn “gezellig”, niet uit te leggen aan buitenlanders, noch te vertalen. Eigenlijk is gezellig vertrouwd zijn met niets noemenswaardigs en het toch speciaal vinden; iets dat je een zachte glimlach bezorgt, of misschien wel een mooie traan van herkenning ontlokt in een situatie die je zo heerlijk op volle sterkte kunt omarmen. Van die dingen dus die je niet precies kunt uitleggen, maar hmmm, zó gezellig…

Het valt me nu op dat het gezellige vooral in het kleine en het stille zit, het kneuterige, dat niks kost en toch onbetaalbaar is. En precies dat woord kan ik niet meer horen, omdat er teveel aan is geknaagd en gezaagd. Gezellig maakt tegenwoordig namelijk vooral veel grootschalig lawaai. Zoals laatst bijvoorbeeld in Groningen. Omdat het maandag-ochtend was, moest het een aangenaam rustige reis zijn, omdat er dan geen winkels open zijn en de markt er niet is. Dus was het extra schrikken toen we op de Vismarkt allemaal kraampjes in opbouw zagen en een heleboel studenten luidruchtig, chaotisch en "breeduit" bezig waren. Het bleek te gaan om het nieuwe studiejaar aan de man te brengen met allerlei informatie.

Op de terugweg moesten we er weer langs. Ons ouderwetse bruine café is daar op de hoek en allerlei verschillende beats nu, uit diverse speakers, vanaf verschillende kraampjes, joegen ons direct terug naar het station. De klassieke muziek in het café vermengd met, of beter gezegd, overstemd door zoveel ziekmakend lawaai van buiten vonden we geen aanlokkelijk idee, hoezeer we ook snakten naar een rustpauze met een heerlijk kopje koffie. Teruglopend moet je dan langs het Groninger museum de brug over via een idioot aangelegd wandelpad, althans dat zou je denken, maar fietsen en zelfs brommers razen daar ook gewoon overheen. Op verschillende plekken, zelfs midden op de wandeldoorgang stonden vreemd uitgedoste studenten krantjes uit te delen onder, alwéér, oorverdovend lawaai dat afkomstig bleek van een aan de kade aangemeerd schip. De moderne “arcade” met een trappetje naar de oversteekplaats werd ook weer breeduit geblokkeerd door met elkaar brallende, niet oplettende studenten, waardoor we om moesten lopen richting die walgelijke herrieboot, waar nog meer studenten de stoep belemmerden.

Ik schreeuwde naar dat ene wicht die mij een folder in de hand wilde douwen; "wat een teringherrie" terwijl ik als bang aangeschoten wild doorliep om over te kunnen steken. Ze schreeuwde me nog iets heel lelijks na. Waag het eens om niet mee te doen in hun trip. Naar het station doorlopend kaatste die dreunende muziekte zelfs nóg harder en lelijker tegen de stationsmuur terug. Het leek eindeloos voor we van het lawaai verlost waren.

Er valt totaal niet op te anticiperen. Het overvalt je, omsluit je, doet je ineen krimpen. Het overspant je spieren en verlamt je geest. Ik wil er alleen nog maar zo snel mogelijk ver vandaan. Leuk hè, zo’n bruisende (nóg zo’n vreselijk woord!) studentenstad?
Bah, wat ben ik toch een ongezellig rotmens…!