Nut

De hemel zij dank dat ik niet (meer) in de grote stad woon. Alleen al de opsomming uiteenzetten van wat er zoal aan lawaaigeweld de lucht in wordt geslingerd, (zoals in mijn vorige column “racen”) doet mijn bloed sneller stromen, omdat ik zelf zo diepgaand heb ervaren wat dat voor de levenskwaliteit van een normaal mens betekent. Normaal ja, want zinvol leven doe je door zin te geven aan je dagelijkse bestaan. Daarvoor hebben we zin-tuigen gekregen, die het klokje rond, goed gevoed en onderhouden dienen te worden. Dat vergt de volledige aandacht en is hard werken om optimaal te functioneren.

Een chronisch gebrek aan stilte maakt de mens tot een speelbal van allerlei onnatuurlijke krachten die op slinkse wijze het algehele welzijn geleidelijk aan tot op het bot verzieken. Totale zin-loosheid is het gevolg en de bijbehorende uitingsvorm is op dagelijkse basis steeds luider te horen en afschrikwekkender te zien. Het nut om zelfs alleen maar als broodnodige tegenhanger te fungeren, wordt evenredig de kop in gedrukt; in je bijna eentje de “titanic” van lawaai proberen tegen te houden stemt met enige regelmaat behoorlijk moedeloos als je weet dat men toch horende doof en ziende blind is. De enorme gevoelloosheid en dus het gebrek aan inlevingsvermogen dat daarmee gepaard gaat, maakt elke vorm van communicatie schier onmogelijk. Het moge duidelijk zijn dat de roep om rust ongehoord blijft in deze pandemie.

Wat het extra wrang maakt is het gemak waarmee bij (grootschalige) evenementen, de normaal gesproken zo onacceptabele gevolgen van agressieve delicten met gewonden of zelfs doden, opgevangen worden door een arsenaal aan hulpverlenende instanties met hun bijbehorend materieel. Over de torenhoge kosten en de enorme risico’s waaraan de hulpverleners zijn bloot gesteld wordt vrijwel nooit gesproken, laat staan over het nut ervan. Blijkbaar is het een standaard aanname die al volkomen normaal gevonden wordt en in de evaluatie bestempeld wordt als “…gezellig en rustig verlopen…”

Een bizar bericht vanuit de leerstoel van de toegepaste psychologie van de geluidhinder (met als geldschieter het Platform Nederlandse Luchtvaart!) stelt, dat het aan de hersens van de klagers van geluidshinder ligt, niet aan de vliegtuigen! En dan niet eens als fysiek gegeven, maar omdat we volgens hun dénken dat we vliegtuiglawaai horen, dáárom hebben we er last van. We lijden dus aan een ingebeelde ziekte en moeten onder behandeling, desnoods door speciale inrichtingen in het leven te roepen.

Maar dat is geweldig nieuws! Want om verzekerd te zijn dat wij, herriefoben, ons geen lawaaituig meer in kunnen beelden moet de behandelinrichting zich uiteraard in heerlijke stilte bevinden waaraan die vervelende klagers zich zo lang als nodig moeten kunnen laven. Uiteraard wordt hier dezelfde logica toegepast op de bedenkers en uitvoerders van deze maatregel: omdat zij dénken dat lawaai moet en stilte eng is, moeten alle veroorzakers van lawaai, van vergunningverlener tot evenementenbezoeker tot piloot, de nieuwe strafmaat ondergaan: verplicht verblijven in de stilte, net zo lang tot haar heilzame werking is doorgedrongen. Heerlijk om daarna te kunnen horen hoe nuttig ze zijn in het leven!