Gepeuter

In het geval van geluidsoverlast door peuters (bij speelzalen) en kinderen op scholen of speelveldjes, die zo schrikbarend is toegenomen dat enkele omwonenden in de tegenaanval zijn gegaan, wordt een treurig gevolg van heel duidelijke feiten blootgelegd. Twee generaties inmiddels zijn opgegroeid in kwalijk chaotische herrie zowel in huis met de flitsende beelden van de TV en de radio altijd en eeuwig aan, als buiten door toename van weg- en luchtverkeer en overal waar je moet gaan en staan een muur van “muziekte” en onrustig makende reclamebeelden, waarbij vrijwel niemand zich meer echt bewust is van wat er op het moment aandacht verdient door het niet aflatende geklets in mobiele telefoons. Bij groepsevenementen wordt alles al standaard versterkt met microfoons weergegeven.

Als dit het landschap is waarin je wordt grootgebracht zul je je stem moeten verheffen om gehoord te worden. Zelfs onze vogels moeten meer volume produceren om te overleven. Een -tig tal jaar geleden speelden kinderen nog in alle rust. Ze hadden geleerd zichzelf te vermaken met niets tot weinig en wisten dat je op bepaalde momenten stil en geduldig moest wachten op iemand die de leiding had. Dat je binnen, maar zeker ook buiten in de publieke ruimte, geen onnodig lawaai moest maken, want je had rekening te houden met de buren en andere mensen.

Het is treurig te moeten constateren dat zelfs een journalistieke benadering van dit ernstige en ook zeker erg Nederlandse probleem, uitgaat van de ongebreidelde vrijheid die het kind moet kunnen genieten. Heus, Nederlanders en hun ”prinsjes en prinsesjes” als kroost, vinden dat ze overal recht op hebben en dat alles moet kunnen. Liefst nu en wel per direct. Deze houding is voor hen een normale levenswijze geworden, dus anderen moeten dan maar niet zeuren…?
De voorbeelden die de ouders/opvoeders en andere verantwoordelijken behoren te hebben geven vooral verkeerde signalen af, want lawaai is overal al veel te lang de norm.

Een goede journalist zou zich eens ernstig moeten verdiepen in de levenswijze van de gedupeerden. Het behoort namelijk normaal te zijn dat je in je eigen huis kunt werken, lezen, schrijven, van je (binnen)tuin en de natuur wilt genieten en vooral je eigen gedachten met ruimte voor een gezond geestelijk leefklimaat wilt kunnen volgen. Stilte is voor deze mensen de norm. Als dat door een stel krijsende en (vaak agressief) spelende kinderen die niet weten hoe het hoort, omdat de juffen ze ook al geen strobreed in de weg willen/kunnen leggen, op dagelijkse basis onmogelijk wordt gemaakt, dan is het héél logisch dat de maat op een keer vol is. Dat ligt écht niet aan hen, maar is de wereld op zijn kop.

Want wanneer de grenzen van het toelaatbare jarenlang overschreden worden, de normen daarvoor negatief worden aangepast (opgeschroefd) en de zwaar gedupeerde aangevers daarvan systematisch worden genegeerd dan wel geridiculiseerd, is spreken over een gebrek aan tolerantie bij deze mensen een pijnlijke trap na.
Het zijn in feite de klokkenluiders van onze samenleving, die moedig datgene aan de kaak stellen wat de verantwoordelijken laten liggen.
Dat doen ze niet uit eigen gewin maar om de samenleving een dienst te bewijzen. Het feit dat er jaar in jaar uit niets is ondernomen om dit landelijke en toenemende probleem bij de wortel aan te pakken, zegt juist alles over het enorme tolerantieniveau van de “klagers”.
Zij schreeuwen namelijk niet om gehoord te worden, maar de ten diepste ervaren inzichten en daaruit ontstane argumenten zijn tegen dovemansoren gericht.

printversie eerste index 1 terug 1 vooruit