Diepgang
Is er nog behoefte aan diepgang in de media, was een vraag in de NRC? In een tijd waarin alles flitsend
snel en pijnlijk luid voorbij moet komen en kijkcijfers en reclameboodschappen de boventoon voeren,
is oppervlakkigheid inmiddels troef. Maar dat lijkt mij juist een goede reden om aan te nemen dat de
behoefte aan diepgang groter is dan ooit. Daarbij kan uit alles en iedereen enige vorm van diepgang
gehaald worden. Lekker onderuit op het onderste van je rug al zappend ronddolen langs allerlei tv-stations
kan ongekende pareltjes aan ideeën opleveren, juist door je hersens gewoon maar even te laten wapperen.
Mij kan het ook niets schelen welke omroep wat uitzendt of welke krant wat schrijft, en of iemand
links of rechts is. Echter, het ergerlijke competitie gedrag dat voortkomt uit de grootte van de omroep
en de navenante zendtijd gaat altijd ten koste van wat uitgangspunt zou moeten zijn: de kijk/luisteraar
zodanig bedienen dat er interessante programma’s worden uitgezonden die de moeite van het kijken
en luisteren waard zijn. Maar kwaliteit brengen en uniciteit aandurven staan haaks op het (goedkoop)
scoren met luidruchtig vermaak voor een groot publiek dat met geen enkel onderzoek op waarde geschat
kan worden.
Een veel gehanteerd excuus dat de vraag het aanbod creëert is in feite omgekeerd.
De waarde van het verteringsgehalte zit hem dan vooral in HOE één en ander gebracht wordt, want het
is de algehele atmosfeer die belangrijk is. En daarvoor is wel degelijk een zeker niveau van beschaving nodig.
Lichtend voorbeeld hierin is wat mij betreft de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS), maar als
kleine omroep krijgt die slechts een paar uur zendtijd per twee weken. Naast schitterende documentaires
en bijzondere (want géén Amerikaanse!) films zijn er aangename en leerzame rondetafelgesprekken:
niet teveel gasten tegelijk, die met elkaar een rijk palet aan feiten, achtergrondinformatie en meningen
vormen en zo elkaar aanvullen. De setting is rustig, zonder muziek, zonder door elkaar heen te praten
onder leiding van een uiterst beheerste en goed luisterende presentator die de spreker de ruimte laat
voor dat wat gezegd wil worden. Voor de kijker betekent dat: geen knopen in de maag en/of kromme
tenen, maar rust en ruimte voor uiterste concentratie voor de INHOUD, die niet geheel of gedeeltelijk
verloren gaat in chaotische onverstaanbaarheid, door verstorende muziek dan wel elkaar niet uit laten
praten.
Ik wil ook niet meedoen aan wat de Dalai Lama zo mooi “het vijand denken”noemt.
Dualisme zit nu eenmaal in de mens verankerd door een hersenstam met de basale overlevingsfuncties,
die de twee hersenhelften moet verbinden. Het is de basis van waaruit we de wereld benaderen.
De dynamiek tussen het rationele ego-gerichte en het intuïtieve universele denken kan tot grote hoogte
stijgen als beide kanten gevoed en getraind worden. De media hebben de plicht daaraan bij te dragen.
Het kan heus anders! Programma’s uit het gehele spectrum, van domme verstrooiing tot en met
intelligent debat, met de juiste intentie gemaakt en op een respectvolle manier gebracht, kunnen mede
zorgen voor verheffing met diepgang. Intelligente verstrooiing lijkt mij altijd nog beter dan een dom debat!