Territoriumdrift
Het is niet alleen ons gehoororgaan dat het zwaar te verduren heeft, maar ons gehele leven moet
blijkbaar in het teken staan van de territoriumdrift van de ander: “hoor mij nou en kijk mij nou” lijken
het nieuwe motto. Hoe geavanceerder en veelzijdiger de communicatie-apparatuur, hoe slechter het
gesteld is met het werkelijke luisteren en zien. Er is geen enkele notie meer van het hinderlijk luidruchtige
geblaat en geblèr in de openbare ruimte, recht in het gehoor van de medemens. De van nature aanwezige
gezonde dosis schaamte is tot kwelgeest vervormd: dat de gedwongen toehoorder het lef heeft zomaar
mee te luisteren! Daar helpt echt geen landelijke “BURENDAG” of “een kijkje achter de voordeur…”
meer aan.
Arme kinderen van nu. Murw gemanipuleerd door de commercie en half doodgeknuppeld door de
alom tegenwoordige muziek zijn ze producten van een generatie die ook voornamelijk is opgegroeid met
de grenzeloze versterker: het inlevingsvermogen gereduceerd tot het eigen ik, het luisterend oor slechts
aandachtig voor de behoefte aan adrenaline.
Het chaotische leven wordt vooral gevoed uit bronnen van
lawaai, van de ene kick in de andere. Overgeleverd aan de gefragmenteerde aandachtspauzes tussen
tientallen telefoongesprekken met Joost-mag-weten-wie en de volumestand van de eeuwige radio-
en tv-herrie, lijkt hun behoefte aan een liefdevolle opvoeding in rust, regelmaat en ruimte het onderspit
te moeten delven. Overal gejengel, gedrein en steeds vaker alleen maar gedreun van elektronische terreur,
waarin steeds harder geschreeuwd moet worden om gehoor te vinden.
Zij weten al niet meer beter en
dat is even zielig als kwalijk.
Want wat een verstoorde puur egoïstische manier om de ander deelgenoot te maken van alles
wat privé zou moeten blijven.
Uit handtassen en jaszakken klinken, zelfs op ernstig ongelegen
momenten, de gsm-metjes met de meest idiote riedels, die de bezitters op instant reageren zetten,
want uitzetten is er uiteraard niet bij. Stel je voor dat je wat mist… En arme kinderen van straks.
Opgezadeld met zoveel lelijkheid voor de ogen, het gehoor steeds jonger en grondiger verpest,
en een aangeleerde slechte smaak op elk denkbaar terrein. Nauwelijks mogelijkheden tot verheffing
maar een alles vernietigende nivellering die iedere vorm van cultuur systematisch om zeep helpt.
Een enkeling denkt nog verantwoord en discreet om te kunnen gaan met het inmiddels zo normaal
gevonden communicatiemiddel en probeert al weglopend de stem enigszins te dempen terwijl hij/zij
driftig ijsberend de flauwekul nog steeds duidelijk hoorbaar en ongegeneerd ten toon spreidt.
Wat voelt men zich toch belangrijk en populair!
Een moedige omstander was eens, toen een zoveelste beller een mobiel gesprek aanging,
opgestaan en verzocht de omgeving even stil te zijn zodat de man rustig zijn gesprek kon voeren.
En een goede vriendin opperde laatst het idee om een ouderwetse bakelieten telefoon mee te
nemen naar het terras van een uitspanning, die met een royaal gebaar op tafel neer te zetten en bij
het eerste gsm-belgeluid, de hoorn op te nemen om luid en duidelijk verslag te doen wat ze zo
allemaal waarneemt. “Als ik de moed had” voegde ze er zuchtend aan toe.
De bokshandschoenen
had ik reeds ingevet. De strijdbijl lonkt sterk.
Het lijken de enige resterende middelen om de niet
aflatende brutale opmars van het overschrijden van de grenzen aan mijn gezondheid en de irritante
inbreuk die dat heeft op mijn privéleven een halt toe te kunnen roepen.