Speeltjes
Het benoemen van je persoonlijke problemen rondom geluiden, wekt in de meeste gevallen direct
al wrevel op. Dat komt vooral omdat de beleving ervan zo subjectief is en aangezien het gros van de
mensheid zich vrijwillig, liefst zo vaak mogelijk, blootstelt aan bakken met oorverdovende herrie, wordt
een minderheid die alles op het zintuiglijke vlak scherp waarneemt, als vreemd en abnormaal ervaren.
In feite is dat met alles het geval. Kijk met elkaar naar hetzelfde en de verhalen over hetgeen gezien is
zullen volkomen verschillend zijn. Met horen is dat wellicht nog sterker zo, omdat onze oren alles
registreren wat met veiligheid, evenwicht en harmonie te maken heeft en, indien nog niet geheel murw
gebeukt, ons hart en ziel daarbij betrokken zijn. Maar ook bij de geluidsgevoeligen onderling ligt een
wereld van verschil wat als aangenaam, irritant of pijnlijk ervaren wordt. En dat, het kan niet vaak genoeg
gezegd worden, heeft helemaal niets te maken met het aantal decibels.
Opvallend is de hoeveelheid apparatuur die niet alleen onnodig geluid produceert maar in de verkeerde
handen voor een op zijn minst ergerlijke dosis lawaai zorgt. Het lijkt wel of helemaal niets meer normaal
met gewoon handmatig gereedschap gedaan en gemaakt kan worden. Zodra apparatuur, eerst voorbehouden
aan een persoon of bedrijf met kennis van zaken, in handen komt van de gewone man (en dat heet niet voor
niets zo) is het met beleid en volgens de juiste instructies hanteren gedaan. Schuurpapier, handzaag,
schroevendraaier, hark en bezem, spons en sopje…het kan allemaal beter en sneller elektrisch, motorisch
en dus met heel veel kabaal. Vervolgens kan de zogenaamd bespaarde tijd besteed worden aan, achter
en in alle mogelijke andere lawaaimakende speeltjes. Waarom toch is tijd besparen een gelukzalig doel
geworden als het slechts verveling oplevert en vervolgens gedood moet worden?
Ik was laatst in de gelukkige omstandigheid om, heel nostalgisch, met een gewone grasmachine te
kunnen maaien en ik verheugde me op het ouderwets slijpende geluid van de draaiende messen.
Bij de eerste voorwaartse beweging echter schoten mijn schouders door de schrik van het onverwachts
akelig scherpe geluid richting mijn oren.
Blijkbaar is de ene handmachine de andere niet, maar het deed
me pijnlijk beseffen dat mijn gevoeligheid voor geluiden in de loop der jaren waarschijnlijk net zo is
toegenomen als de hoeveelheid lawaai in ons dagelijks leven. Meer en meer snappen mensen inmiddels
de irritaties van de overal klinkende ringtones, maar dat een constant tinkelende of klepperende windgong
de zenuwen behoorlijk kan tergen en iemand tot wanhoop drijven is minder evident en weinig geaccepteerd.
“Schoonheid van geluid bestaat ook“, schreef iemand. Alsof ik dat bij uitstek niet weet.
Het is precies het grote gebrek aan ervaringen op dat vlak die maken dat ik me zo fel kant tegen het huidige
akoestisch landschap en daarover zoveel mogelijk wil verhalen. Als anderen bepalen hoe die schoonheid
moet klinken dan kan ik geen kant meer op als het tegenovergestelde het geval is. Telkens als het gaat
over oorden van ongekende rust en ruimte waar je uren achtereen geen mens tegenkomt en nog echte
stilte te ervaren is, een stilte waar we ons hier in Nederland totaal geen voorstelling van kunnen maken,
springen de tranen in mijn ogen, vanwege het oergevoel van diepe heimwee om een basaal gemis van
iets essentieels. Aan stilte hoef je namelijk niet te wennen. En lawaai went nooit. Ook dat kan niet
vaak genoeg gezegd worden.