Komkommertijd
Komkommers groeien in juni en juli als kool, net als al die andere heerlijke groenten, vruchten, kruiden en onkruiden.
Een eigen stukje grond te hebben om zo de broodnodige voeling met Moeder Natuur te kunnen houden en cultiveren door
alle zintuigen te gebruiken zodat we kunnen leren over het hoe, wat waar en waarom van ons dagelijks voedsel, is een voor
velen ongekende rijkdom. Een paar prachtige maanden van ongelooflijke overvloed in geur, kleur en smaak, moeten ons door
de minder oogstrijke andere maanden heen helpen. Het leger aan berichtgevers in de media heeft die komkommertijd om
duistere redenen juist bestempeld tot een periode van non-nieuws, dat overigens nauwelijks nog te onderscheiden is van de
rest van het jaar waarin vooral en veelvuldig sprake is van de waan van de dag die enerzijds bestaat uit drama’s en
dienovereenkomstig persoonlijk leed en aan de andere kant een ziekmakende hoeveelheid trivialiteit. Zo wordt er een
wereldbeeld geschapen dat slechts een fractie van de werkelijkheid vertoont.
Voldoende stilte, rust en ruimte zijn net zo belangrijk als schoon water en zuivere lucht. Iedereen maakt het wel
eens mee: je denkt eindelijk een moment van rust te kunnen nemen en juist dan zetten de grasmachines en bosmaaiers
van naaste buren en verder weg hun zeurend gedrein in. Natuurlijk niet tegelijk maar lekker na elkaar. En wanneer het net
weer even stil is komen die nog luidruchtiger krengen van de gemeente hun meestal zinloze en zelfs verwoestende werk
verrichten: Het weinige openbare groen, in handen van totaal onwetenden, wordt op luidruchtige wijze, systematisch in de
kiem gesmoord. Ook de eeuwig klussende doe-het-zelvers kunnen dat alleen nog maar met lawaaigereedschap.
Boven ons hoofd dreint het dan nog van de recreatieve sportvliegtuigjes, naast de ”gewone” vlieg(vakantie)drukte en
woon je in een militaire oefenzône dan vergiftigt defensie je dagen met stilteverscheurende F-16’s en ander oorlogstuig.
De veelheid aan feesten- en partijen met barbecue vooraf en karaoke toe is blijkbaar de normaalste zaak van de wereld
en wordt luid en duidelijk middels zelfgefabriceerde “flyers” aangekondigd op buurtboom, lantaarnpaal, tuinhek en autoruit,
want we moeten vooral allemaal weten van welk geslacht de nieuwe boreling is, de leeftijd van pa, het behaalde zwemdiploma
van dochterlief en of Sara en Abraham wel gezien worden. Werkelijk elke privé-aangelegenheid wordt buiten gevierd in steeds
grotere “partytenten", opgezet op de enorme tegelvlakte die ooit tuin heette en vreselijke aanbouwsels en dito ameublementen,
waardoor het voor een hele woonwijk één grote akoestische nachtmerrie is tot in de “kleine uurtjes”…
De nieuwste aanslag op onze zintuigen is die van de bespottelijke, spuuglelijke opblaaspoppen, soms huizenhoog en
springkussens die niet anders overeind kunnen blijven staan dan door een diep brommende motor voor de luchtinblaas.
Kijk mij nou en vooral, hóór mij nou! Daar hebben we toch het volste recht toe?
Dat is ongetwijfeld allemaal afgekeken van de wildgroei aan poppodia in alle steden en inmiddels ook bijna alle dorpen,
ieder jaar weer meer en harder dan het vorige, want zoals met alles is meer en harder volgens de organisatoren ook beter.
Evenementenbureaus met hun enorme tenten- en podiumopbouwers zijn ongetwijfeld verzekerd van een gouden toekomst,
want het volk wil slechts het miserabele bestaan zo gemakkelijk mogelijk ontvluchten door van (dorps)feest naar (stads)feest
te hoppen. (De feestwijk in Nijmegen telt 85 podia met 2400 optredende artiesten. En natuurlijk de Vierdaagse, waar het
zo lekker loopt op bakken met herrie). Hun onbegrijpelijke status is uitgegroeid tot een bijzonder soort grootheid en men
wordt geroemd om het binnenhalen van bands en dj’s, die nog méér worden aanbeden als ware het heuse goden.
Kosten noch moeite worden gespaard en de technische hoogstandjes worden gretig ingezet om het volk te bedienen
van oorverdovende, gehoorbeschadigende muziekte.
Uiteraard vaart de detailhandel er wel bij! Oordopjes worden soms zelfs gratis uitgedeeld want de zorg voor het welzijn
van onze feestgangers kent geen grenzen. Dat alcohol- en andere oorverdovende drugs op grote schaal worden ge- en
misbruikt, vecht- steek- en schietpartijen met veelvuldig zelfs dodelijke afloop plaatsvinden en de genante hoeveelheid
afval en smerigheid die achtergelaten wordt, is blijkbaar ook heel normaal. Want in diezelfde komkommertijd is de
berichtgeving daarover vooral lovend en zelfs wervend.
Met geen woord wordt er gerept over de diep ingrijpende gevolgen voor omwonenden in de directe en zelfs wijde
omgeving, die geen oog meer dicht doen en met hartkloppingen en hoofdpijn moeten zien te overleven. Niets daarvan is
blijkbaar enige vorm van serieuze aandacht waard. Geen prioriteit, zelfs niet in komkommertijd. Me dunkt dat het
dramatische gehalte aan persoonlijk leed “mooie” verhalen oplevert... Iedere vorm van kritiek leveren is echter taboe
want onze bestuurders zijn als de dood om nee te verkopen aan deze hordes waarbij schijnbaar uitzinnige vreugde in
een enkele seconde kan omslaan in krankzinnige woede. Ruim 100 decibel lijfelijk nodig hebben om de muziekte te
voelen, zegt alles over de mate van afstomping van de ooit zo fijngevoelige zintuigen en maken duidelijk over wat voor
geestelijke vermogens deze bezoekers beschikken. Onder een verstikkende deken van lawaai in al zijn kwalijke
uitingsvormen is het heel moeilijk nadenken. Dat is geen overvloed maar terreur.
Geen nieuws is dus allesbehalve goed nieuws!